Dorhout Advocaten, Groningen | T 050-520 6 520 | F 050-520 6 599 | info@dorhout.nl
Testvisual

ACM verleent aan Tuinbouwcombinatie ontheffing voor het aanwijzen van een netbeheerder

Bedrijven met een eigen elektriciteitsnet kunnen bij de Autoriteit Consument & Markt (verder: “ACM”) een ontheffing vragen van de verplichting om een netbeheerder aan te wijzen[1].

 

De Tuinbouw Combinatie Harmelerwaard B.V. (verder: “TCH”) is eigenaar van een elektriciteitsnet, waarop veertien afnemers zijn aangesloten, waarvan zeven bedrijven en zeven huishoudelijke afnemers. TCH heeft bij ACM een ontheffing gevraagd van de verplichting om een netbeheerder aan te wijzen. Om voor een ontheffing in aanmerking te kunnen komen moet in ieder geval sprake zijn van een zogenaamd gesloten distributiesysteem (verder: “GDS”). Kort gezegd moet er dan aan vier voorwaarden worden voldaan. Kan het net van TCH als GDS worden aangemerkt?

 

Er is in principe pas sprake van een GDS als aan vier voorwaarden is voldaan:

1. Er is sprake van een elektriciteitsnet in de zin van de Elektriciteitswet 1998;

2. Het elektriciteitsnet is geen onderdeel van het landelijk hoogspanningsnet;

3. Het elektriciteitsnet ligt binnen een geografisch afgebakende industriële locatie; en

4. Er zijn niet meer dan 500 niet-huishoudelijke afnemers aangesloten op dit elektriciteitsnet.

 

Huishoudelijke afnemers worden in principe niet toegelaten, maar de wet laat ruimte voor een uitzondering. Namelijk als er sprake is van incidenteel gebruik door een klein aantal huishoudelijke afnemers dat werkzaam is bij of vergelijkbare betrekkingen heeft met de eigenaar van het net.

 

In deze zaak ging het met name om de volgende vragen:

-        Kunnen de huishoudelijke afnemers worden geschaard onder de term
         “werkzaam bij of vergelijkbare betrekking met de eigenaar”?

-        Is sprake van incidenteel gebruik door een klein aantal afnemers?

 

De procedure bij ACM is in grote lijnen als volgt:

a. Indienen ontheffingsaanvraag door de eigenaar van een elektriciteitsnet;

b. ACM beoordeelt de aanvraag en geeft een “ontwerpbesluit”;
   er wordt een ontheffing verleend of de ontheffingsaanvraag wordt afgewezen;

c. De aanvrager van de ontheffing wordt in de gelegenheid gesteld om
   “zienswijzen” in te dienen;

d. ACM geeft een definitief besluit.

 

In eerste instantie gaf ACM in het ontwerpbesluit aan tot afwijzing van de ontheffingsaanvraag over te zullen gaan. Volgens ACM is er voldaan aan de eerste drie voorwaarden om te kunnen spreken van een GDS, maar werd niet voldaan aan het vierde vereiste.

 

Werkzaam bij of vergelijkbare betrekking met de eigenaar

Voor zes van de zeven huishoudelijke afnemers kwam ACM tot het oordeel dat zij wel gelijk konden worden gesteld met huishoudelijke afnemers die in een dienstbetrekking of vergelijkbare betrekking staan tot de eigenaar van het net. Deze zes zijn ieder aandeelhouder/eigenaar van één van de bedrijfsmatige afnemers. Deze huishoudelijke afnemers zijn tevens indirect, via hun bedrijven, aandeelhouder in TCH Holding, de houdstermaatschappij waar TCH direct onder valt.

Voor één van de zeven afnemers oordeelde zij anders, nu in tegenstelling tot de andere zes huishoudelijke afnemers, deze huishoudelijke afnemer nooit aangesloten is geweest bij TCH (Holding). Het betreft een privépersoon die later, na het ontstaan van het net, in het tuinbouwgebied is komen wonen, enkel gebruik maakt van de woning en geen bedrijf uitoefent.

 

Subsidiair: verzoek ontheffing te verlenen onder voorwaarde

Nadat het afwijzende ontwerpbesluit was gegeven, lag het op de weg van TCH om door middel van het indienen van haar zienswijze ACM er van te overtuigen dat zij wel voldeed aan de vereisten om te kunnen spreken van een GDS. Zowel mondeling als schriftelijk zijn de feiten en juridische standpunten uitgebreid toegelicht. Ook is namens TCH gevraagd om de ontheffing in ieder geval te verlenen, onder de voorwaarde dat die ene huishoudelijke afnemer binnen een termijn van één jaar niet meer zal zijn aangesloten op het net.

 

In het definitieve besluit is ACM meegegaan in het voorstel dat TCH heeft gedaan. Zij heeft het subsidiaire verzoek toegewezen. Hoe de praktische uitwerking zal zijn, zal het komende jaar duidelijk worden.

 

Klein aantal afnemers

In het ontwerpbesluit gaf ACM aan dat er geen sprake is van incidenteel gebruik van elektriciteit door een klein aantal huishoudens. De zes huishoudelijke afnemers waren nagenoeg de helft van alle afnemers op het GDS. ACM vond om die reden dat er geen sprake is van een klein aantal huishoudelijke afnemers en concludeerde dat de aanvraag daarom eveneens niet voldeed aan het wettelijk vereiste van een GDS.

In haar eindbeslissing kwam ACM tot een ander oordeel. Zij volgt het standpunt van TCH dat zes huishoudelijke afnemers een klein aantal is en acht het daarbij van belang dat het aantal huishoudelijke afnemers te verklaren is aan de hand van het gegeven dat het de woningen van de eigenaren van de tuinbouwbedrijven betreffen. Daarmee was aan het criterium van ‘incidenteel gebruik’ door een klein aantal huishoudelijke afnemers voldaan.

 

Duurzaamheidsdoelstellingen

TCH heeft tot slot in haar zienswijze een principieel punt aan de orde gesteld. Het niet verlenen van een ontheffing staat haaks op de duurzaamheidsdoelstellingen van de Minister. TCH is een goed voorbeeld van een decentrale opwekker van energie. Zij levert een bijdrage aan de doelstelling van zowel de Nederlandse overheid als van Europa om decentraal opgewekte energie te stimuleren. ACM laat weten dat het voor haar niet mogelijk is om deze doelstellingen te laten meewegen bij de beoordeling of een aanvrager in aanmerking komt voor een ontheffing. Zij is er toe gehouden te beoordelen of er wordt voldaan aan de criteria zoals vermeld in de Elektriciteitswet 1998.

 

Het team Energie bij Dorhout heeft TCH bijgestaan in deze kwestie. Voor vragen kunt u contact opnemen met Hans Koenders, Simone Pipping of Margriet Schutte.



[1] Lees het artikel “Uw eigen elektriciteitsnet beheren?” voor meer informatie over het aanvragen van een ontheffing van de verplichting tot het aanwijzen van een netbeheerder.