Dorhout Advocaten, Groningen | T 050-520 6 520 | F 050-520 6 599 | info@dorhout.nl
Testvisual

Zonnepanelen en energiebelasting

Inleiding

U wilt zonnepanelen aanschaffen of wellicht huren om energie op te kunnen wekken. Maar hoe voordelig zijn zonnepanelen eigenlijk, gelet op de eventuele energiebelasting die dient te worden betaald? Hierna zal ik aan de hand van een aantal voorbeelden aangeven op welke wijze energiebelasting wordt geheven en tegen welke problemen men hierbij kan aanlopen. Andere belastingen zoals BTW en belastingen op grond van de Wet opslag duurzame energie laat ik hierbij buiten beschouwing. 

 

Op grond van artikel 48 lid 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag (hierna: Wbm) wordt onder de naam energiebelasting een belasting geheven op aardgas en elektriciteit. Deze belasting wordt geheven ter zake van de levering van aardgas of elektriciteit via een aansluiting aan de verbruiker (artikel 50 lid 1 Wbm). Op grond van artikel 50 lid 3 Wbm wordt de belasting verder geheven ter zake van onder andere (sub a) levering aan een verbruiker anders dan via een aansluiting en (sub d) verbruik indien dit is verkregen op andere wijze dan door een levering. In een aantal situaties kan de levering of het verbruik van elektriciteit op grond van de Wbm ook worden uitgezonderd van heffing van energiebelasting.

 

1. Eigen zonnepanelen op het dak van uw eigen koopwoning

Uit artikel 50 lid 2 Wbm volgt dat onder bepaalde voorwaarden alleen energiebelasting wordt geheven over de totale hoeveelheid elektriciteit die u geleverd heeft gekregen via de aansluiting op het net min de door de eigen zonnepanelen opgewekte elektriciteit die u via diezelfde aansluiting heeft ingevoed op het net. Eén van de voorwaarden die worden gesteld is dat het moet gaan om een zogenaamde kleinverbruikersaansluiting (maximaal 3*80 Ampère).

Indien u zonnepanelen koopt en op het dak van uw eigen woning plaatst, hoeft u dus – mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan - slechts energiebelasting te betalen over de hoeveelheid elektriciteit die u geleverd heeft gekregen via uw aansluiting op het net minus de hoeveelheid opgewekte elektriciteit die u heeft ingevoed op het net. Als u net zoveel geleverd heeft gekregen als u heeft ingevoed, dan wordt de energiebelasting op nihil gesteld.

 

Rekenvoorbeeld:

Stel dat u in een bepaalde periode 2.000 kWh via uw zonnepanelen opgewekte elektriciteit heeft ingevoed op het net. Via uw aansluiting op het net heeft u in dezelfde periode 3.000 kWh geleverd gekregen. U dient in dat geval energiebelasting te betalen over 1.000 kWh (3.000 kWh geleverd gekregen minus 2.000 kWh ingevoegd op het net). 

 

 

2. Eigen zonnepanelen op het gebouw dat u verhuurt aan de bewoner(s)

De levering aan een verbruiker anders dan via een aansluiting is uitgezonderd van heffing van energiebelasting indien de verhuurder van die woning elektriciteit aan de huurder levert, die is opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen waarbij de productie-installatie – samengevat – is aangebracht op of aan het gebouw (of de bijbehorende grond) met toebehoren, waarvan de woning deel uitmaakt (zie artikel 50 lid 5 Wbm).

Indien u zonnepanelen op het dak plaatst van het gebouw dat u verhuurt aan de bewoner(s), bent u over de levering van de door de zonnepanelen opgewekte elektriciteit aan de bewoner(s) van dat gebouw niet belastingplichtig voor de energiebelasting.

 

3. Zonnepanelen op het dak van het betreffende gebouw (ver)huren op andere wijze dan onder punt 2 genoemd

Uit artikel 50 lid 6 sub a Wbm volgt dat het verbruik van elektriciteit die de verbruiker zelf heeft opgewekt door middel van hernieuwbare bronnen (zoals zonnepanelen) is uitgezonderd van heffing van energiebelasting. Het is daarbij niet van belang wie de eigenaar is van de zonnepanelen. Wel is van belang dat de elektriciteit niet aan de verbruiker wordt geleverd. Als u zonnepanelen huurt of least hangt het er (behalve in de situatie onder punt 2 genoemd) van af voor wiens rekening en risico de elektriciteit wordt opgewekt voor de vraag of er energiebelasting verschuldigd is. Hierbij is van belang dat de kosten van het gebruik van de zonnepanelen voor rekening van de verbruiker komen. Het begrip “voor rekening en risico” wordt niet in de Wbm genoemd, maar wordt enkel omschreven in het Belastingplan 2015.

 

Stel dat zonnepanelen zijn geplaatst op het dak van een bedrijfsgebouw en de huurder van dat gebouw huurt ook de zonnepanelen op het dak. Het hangt er van af welke afspraken de huurder en verhuurder hebben gemaakt of er dan energiebelasting dient te worden betaald. Als de huurder de zonnepanelen tegen een vaste prijs huurt, zal over het algemeen het risico dat er weinig elektriciteit via de zonnepanelen is opgewekt, bij de huurder liggen. De huurder betaalt immers een vaste prijs, los van de vraag of er veel of weinig elektriciteit via de zonnepanelen wordt opgewekt.

Als de huurder daarentegen een bedrag per opgewekte kWh betaalt, ligt het risico of er veel of weinig elektriciteit wordt opgewekt over het algemeen bij de verhuurder. In dat geval zal er energiebelasting worden geheven.

 

 

4. Zonnepanelen op een andere plaats dan het verbruik

Op grond van artikel 50 lid 3 sub a Wbm wordt ook belasting geheven ter zake van de levering van elektriciteit anders dan via een aansluiting. Om te worden uitgezonderd van heffing van energiebelasting is het dan ook in veel gevallen van belang dat er geen “levering” plaatsvindt van elektriciteit aan de verbruiker.

 

De vraag of er sprake is van levering speelt bijvoorbeeld als zonnepanelen ergens anders zijn geplaatst dan de plek waar de verbruiker de opgewekte elektriciteit wil verbruiken. Bijvoorbeeld als mensen zonnepanelen willen kopen of huren, maar zelf geen geschikt dak hebben. Zij kunnen er dan voor kiezen om gezamenlijk op een andere plek zonnepanelen te plaatsen.

 

Het begrip “levering” is niet gedefinieerd in de Wbm. Uit de parlementaire geschiedenis lijkt te volgen dat er aansluiting wordt gezocht bij het begrip levering zoals opgenomen in artikel 3 lid 1 sub a van de Wet op de omzetbelasting 1968, te weten: de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken.

De Rechtbank Den Haag gaat in haar vonnis d.d. 15 juni 2015[1] uit van de civielrechtelijke betekenis van het begrip levering. “Van levering kan eerst sprake zijn indien (voor zover hier van belang) degene aan wie wordt geleverd, daardoor beschikkingsmacht verkrijgt.”

 

In genoemde zaak staat de vraag centraal of er energiebelasting betaald dient te worden over de door zonnepanelen opgewekte elektriciteit op het dak van een gemeentehuis. Deze zonnepanelen worden gehuurd door leden van een coöperatie, die de opgewekte elektriciteit willen verbruiken op een ander adres. De zonnepanelen zijn in eigendom van een B.V. waarvan de coöperatie 100% aandeelhouder is. In dit geval lijkt sprake te zijn van opwek “voor eigen rekening en risico” aangezien de leden aan de betreffende B.V. alleen een maandelijks huurbedrag betalen. De vraag of er sprake is van opwek “voor eigen rekening en risico” speelt echter alleen als er geen sprake is van levering.

 

Volgens de rechtbank volgt uit de omstandigheden van het geval niet dat de huurders van de zonnepanelen enigerlei beschikkingsmacht over de door de zonnepanelen op het gemeentehuis opgewekte elektriciteit verkrijgen van de betreffende B.V. Deze rechtsverhouding zou (in hoofdzaak) van financiële aard zijn, toegespitst op verrekening van de opbrengst. Volgens de rechtbank verkrijgt daarentegen de energieleverancier wel de beschikkingsmacht over de door de zonnepanelen opgewekte elektriciteit en is de energieleverancier in staat die elektriciteit aan de verbruikers te leveren. De energieleverancier is volgens de rechtbank niet slechts dienstverlener maar zij treedt op als leverancier. Gelet hierop is er volgens de rechtbank sprake van levering en dient de energieleverancier energiebelasting af te dragen aan de Belastingdienst.

Het is nog de vraag of dit vonnis in hoger beroep stand houdt. De uitkomst van het hoger beroep zullen we te zijner tijd in een volgende nieuwsbrief nader belichten.  

 

 

Korting op energiebelasting

Verder dient niet onvermeld te blijven – zonder hier nader op in te gaan - dat coöperaties en verenigingen van eigenaren onder bepaalde voorwaarden korting kunnen krijgen op de verschuldigde energiebelasting op gezamenlijk door middel van hernieuwbare energiebronnen opgewekte elektriciteit, de zogenaamde postcoderoosregeling (artikel 59a t/m 59c Wbm). Deze belastingkorting bedraagt € 0,075 per kWh en geldt voor maximaal 10.000 kWh per jaar. Een van de overige voorwaarden is dat de aansluitingen van de leden zich in hetzelfde postcodegebied dienen te bevinden als de verbinding van de productie-installatie met het net of in een aangrenzend postcodegebied.

 

 

Conclusie

Uit het voorgaande volgt dat lang niet altijd eenvoudig is vast te stellen of er energiebelasting dient te worden betaald of dat er een uitzondering (of korting) geldt. Dit hangt onder meer af van de omstandigheden van het geval en van de uitleg van een aantal begrippen. Het is dan ook raadzaam dat u eerst advies inwint voordat u zonnepanelen aanschaft of huurt.

 

 

Indien u meer over dit onderwerp of een ander energie gerelateerd onderwerp wilt weten, neem dan contact op met Simone Pipping of Hans Koenders .



[1] Vonnis van de Rechtbank Den Haag d.d. 15 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6814