Dorhout Advocaten, Groningen | T 050-520 6 520 | F 050-520 6 599 | info@dorhout.nl
Testvisual

Het CBB vernietigt twee besluiten van ACM!

Bedrijven met een eigen elektriciteitsnet en/of gasnet kunnen bij de Autoriteit Consument en Markt (verder: “ACM”) een ontheffing vragen van de verplichting om een netbeheerder aan te wijzen.

 

Wordt de aanvraag om een ontheffing afgewezen, dan kan beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB).

 

ACM had zowel het verzoek om ontheffing te verlenen van het gebod een netbeheerder aan te wijzen van de Stichting Katholieke Universiteit (SKU) te Nijmegen als het verzoek van de Universiteit Twente (UT) te Enschede bij besluit van 14 maart 2014 afgewezen.

 

De SKU wilde een ontheffing voor het aanwijzen van een netbeheerder voor haar elektriciteitsnet. De UT had verzocht een ontheffing te verlenen voor zowel het aanwijzen van een netbeheerder voor haar elektriciteits- als haar gasnet.

 

Om in aanmerking te kunnen komen voor een ontheffing moet de aanvrager aan allerlei voorwaarden voldoen.

Een van die voorwaarden voor een ontheffing waar het i.c. om ging (ingeval van een elektriciteitsnet, maar voor de gaswet geldt dezelfde norm) is dat sprake moet zijn van

Een gesloten distributiesysteem (GDS): een net, niet zijnde een landelijk hoogspanningsnet,

1. dat ….

2. waarop ….

3. dat alleen niet-huishoudelijke afnemers van elektriciteit voorziet, tenzij

    sprake is van incidenteel gebruik

    door een klein aantal huishoudelijke afnemers

    dat werkzaam is bij of vergelijkbare betrekkingen heeft met de eigenaar van
   het 
gesloten distributiesysteem.  

 

De vraag die in beide zaken door ACM moest worden beantwoord is of er ook aan deze criteria wordt voldaan om een ontheffing te krijgen als via een aansluiting van een zakelijke afnemer niet-huishoudelijke afnemers van elektriciteit of gas voorziet. Ook kwam de vraag aan de orde wanneer wel of niet sprake is van een klein aantal huishoudelijke afnemers.

 

Feitelijke situaties (voor zover relevant)

Op het elektriciteitsnet van SKU zijn 11 afnemers aangesloten waaronder de universiteitsgebouwen, een ziekenhuis en drie bedrijfswoningen. Daarnaast is er nog een stichting studentenhuisvesting (SSHN) met één aansluiting aangesloten op het elektriciteitsnet. Via deze aansluiting voorziet de stichting 412 studentenwoningen (afzonderlijke WOZ objecten) van elektriciteit (zij zijn niet zelfstandig verbonden met het elektriciteitsnet).

 

Op zowel het gastransportnet van de UT als op haar elektriciteitsnet is een woningcorporatie (WVA) aangesloten. Zij voorziet via haar aansluiting 2100 studentenwoningen van elektriciteit en gas. Ook deze studentenwoningen zijn niet zelfstandig met het elektriciteitsnet en gastransportnet van de UT verbonden.

 

ACM oordeelde kort gezegd dat niet aan de criteria werd voldaan. Het moet gaan om een net dat alleen niet-huishoudelijke afnemers van elektriciteit voorziet. Ook is het aantal studentenwoningen zo hoog (412) dat ook niet wordt voldaan aan het criterium “klein aantal huishoudelijke afnemers”. De netwerken worden door ACM niet gekwalificeerd als een GDS.

 

ACM hanteert op grond Europese regelgeving de geldende regels vrij strikt.

Argumenten SKU en UT in beroep  

De studentenwoningen – die via de aansluiting van WVA en SSHN – van elektriciteit worden voorzien moeten niet worden beschouwd als huishoudelijke afnemers. De Elektriciteitswet definieert “een afnemer” als: een ieder die beschikt over een aansluiting op een net.

Alleen een rechtstreekse verbinding tussen een net en een onroerende zaak kwalificeert als een aansluiting. De studentenwoningen zijn niet rechtstreeks aangesloten op een elektriciteitsnet. Zij kunnen om die reden niet worden aangemerkt als afnemers die zijn aangesloten op een elektriciteitsnet.

ACM geeft een richtlijnconforme (Derde Elektriciteitsrichtlijn) uitleg het begrip “huishoudelijke afnemer” en geeft aan dat geen aansluiting hoeft te worden gezocht bij het begrip “aansluiting” van de Elektriciteitswet (artikel 1 eerste lid onder c E-wet).

Oordeel CBB
Het CBB volgt ACM hierin niet.

De vraag of de studentenwoningen die via een aansluiting van WVA en SSHN op de netwerken van de UT en SKU van elektriciteit worden voorzien als ‘huishoudelijke afnemers’ moeten worden gezien, beantwoordt zij ontkennend.

Aan een richtlijn komt geen rechtstreekse werking toe. Met een richtlijnconforme interpretatie kan de duidelijke tekst van een wetsartikel niet terzijde worden geschoven.

Onder aansluiting in de zin van artikel 1 lid 1 onder b E-wet moet worden verstaan één of meer verbindingen tussen een net en een onroerende zaak (…) waaronder begrepen een of meer verbindingen tussen een net dat wordt beheerd door een netbeheerder en een net dat beheerd wordt door een ander dan die netbeheerder. Met de term aansluiting in de E-wet wordt de fysieke verbinding met het netwerk bedoeld (dit kan worden opgemaakt uit de wetsgeschiedenis).                                                                                             De studentenwoningen zijn aangesloten op het net van WVA respectievelijk SSHN. De studentenwoningen hebben dus geen aansluiting op het net van SKU of UT. De studentenwoningen kunnen niet gelden als afnemers en daarmee evenmin als huishoudelijke afnemers van elektriciteit.

Ten aanzien van het criterium “klein aantal” oordeelt het CBB dat het niet gaat om het aantal huishoudelijke afnemers ten opzichte van het totale aantal afnemers. Het ligt niet in de rede om “incidenteel gebruik” uit te leggen in de zin van “weinig frequent”, maar in de betekenis van “bijkomend”. Het gaat dan om het verbruik van elektriciteit van de huishoudelijke afnemers ten opzichte van het totale elektriciteitsgebruik op het elektriciteitsnet van de UT, dan wel SKU.

Bij beslissing van 17 juni 2015 draagt het CBB de ACM op om binnen 6 weken na de gegeven beslissing een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak van het CBB.

 

Ontheffingen verleend door ACM:

Bij besluit van 24 augustus 2015 heeft de ACM Stichting Katholieke Universiteit in deze zaak een ontheffing voor het beheer van een eigen elektriciteitsnet verleend.

Bij besluit van 24 augustus 2015 heeft de ACM Universiteit Twente in deze zaak een ontheffing voor het beheer van een eigen elektriciteitsnet verleend. Ook heeft zij haar een ontheffing verleend voor het beheer van een eigen gastransportnet.

 

Voor meer informatie over het verlenen van een ontheffing door het ACM, zie de nieuwsbrieven Dorhout Advocaten mei 2015 en juni 2015 op www.dorhout.nl