Dorhout Advocaten, Groningen | T 050-520 6 520 | F 050-520 6 599 | info@dorhout.nl
Testvisual

Rijkscoördinatieregeling terecht toegepast bij Windpark Drentse Monden en Oostermoer

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft de vordering van de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn afgewezen om de Staat te verbieden verdere planologische medewerking te verlenen aan de vestiging van windturbines in genoemde gemeenten. De winturbines moeten als één productie-installatie worden beschouwd, zodat de Staat zich terecht beroept op de hem op grond van de rijkscoördinatieregeling toekomende bevoegdheden.

 

Afdeling 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat, onder de titel ‘Coördinatie bij verwezenlijking van ruimtelijk beleid’, in artikel 3.30 tot en met 3.36 van de Wro een regeling van respectievelijk gemeentelijke, provinciale en rijks-instrumentarium om te kunnen bevorderen en in sommige gevallen zelfs af te kunnen dwingen, dat in te voren aangegeven situaties ruimtelijke besluitvorming en uitvoering van die besluiten op gecoördineerde wijze plaatsvindt.

 

Ten aanzien van windparken geldt dat verschillende overheden verantwoordelijk zijn. Zo wijst het Rijk aan waar windmolenparken op zee mogen komen en ook voor windmolenparken op land van minimaal 100 megawatt (MW) geldt dat de rijksoverheid, samen met de betreffende provincie(s), bepaalt waar deze mogen komen. Bij zulke grote projecten geldt de genoemde rijkscoördinatieregeling. Provincies en gemeenten zijn daarentegen verantwoordelijk voor windmolenparken onder de 100 MW.

 

In onderhavig geval was de kern van het geschil tussen de gemeenten en de rijksoverheid of er sprake is van één productie-installatie van meer dan 100 MW of dat het om meerdere productie-installaties gaat, die toevallig naast elkaar liggen.

 

Het Windpark Drentse Monden en Oostermoer wordt gebouwd door drie initiatiefnemers: Raedthuys Duurzame Energieproductie Exloërmond B.V. bouwt 17 turbines in drie lijnopstellingen, Duurzame Energieproductie Exloërmond wil 16 turbines plaatsen in twee lijnopstellingen en nog één solitaire turbine en Windpark Oostermoer zal ook 16 turbines plaatsen in twee lijnopstellingen. In totaal bestaat het windpark dus uit 50 windturbines van 3 MW per stuk.

 

De gemeenten wezen er op dat het oorspronkelijk ging om twee aparte plannen, de windparken Drentse Monden en Oostermoer, die ieder afzonderlijk boven de 100 MW uitkwamen. In 2010 en 2011, toen deze plannen de vergunningenprocedure ingingen, is daarom terecht de rijkscoördinatieregeling toegepast. Echter, toen duidelijk werd dat de windparken een stuk kleiner zouden worden, namelijk 150 MW in totaal en minder dan 100 MW per park, had de rijksoverheid volgens de gemeenten de regie terug moeten geven aan de provincie. Ook al omdat er drie verschillende initiatiefnemers zijn die onafhankelijk van elkaar een deelpark zullen exploiteren en er drie verschillende aansluitingen op het elektriciteitsnet komen en de drie parken volledig zelfstandig kunnen en zullen functioneren.

 

De rijksoverheid stelde daartegenover dat er sprake is van samenwerking tussen de deelparken. Zo is er door de initiatiefnemers een stuurgroep in het leven geroepen die besluiten neemt over het gehele project, met als gevolg dat er sprake is van geografische, technische, functionele en organisatorische samenhang tussen de deelparken. Daarom stelde de Staat dat De Drentse Monden en Oostermoer als één windpark moet worden aangemerkt in de vergunningsprocedure.

 

Volgens de voorzieningenrechter is dit standpunt van de Staat juist. Doorslaggevend vindt de voorzieningenrechter dat de windturbines in ruimtelijke zin één geheel vormen en zullen worden geplaatst binnen een logisch afgebakend gebied. Vanuit ruimtelijk perspectief is er dus sprake van één windpark en of de windturbines dan ook nog technisch, functioneel en/of organisatorisch één geheel vormen, is volgens de voorzieningenrechter niet meer van belang.

 

Gelet hierop is de rijkscoördinatieregeling terecht toegepast. De gemeenten zullen daar ontstemd over zijn. Zij zijn geen baas meer in hun eigen gemeenten, maar dienen mee te werken aan de besluiten die de rijksoverheid neemt over het Windpark Drentse Monden en Oostermoer, dat in juridische zin dus nu geldt als één windpark. De gemeenten hebben zich niet bij de uitspraak van de voorzieningenrechter neergelegd en zijn in hoger beroep gegaan. Wordt dus vervolgd.

 

Zie de uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2016:997.

 

Indien u vragen en/of opmerkingen heeft over dit onderwerp, neemt u dan gerust contact op met Annelies Schwartz.