Dorhout Advocaten, Groningen | T 050-520 6 520 | F 050-520 6 599 | info@dorhout.nl
Testvisual

Zonnepark: aangemerkt als onroerende zaak voor toepassing van de Wet WOZ

Door: mr. dr. Annelies Schwartz

 

Instantie, datum, nummer

Rechtbank Gelderland 28 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3469 

 

Wetsartikelen

  • Art. 17, eerste lid, van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ) juncto art. 3:3 BW;

  • Art. 18, vierde lid, van de Wet WOZ juncto art. 2, eerste lid, aanhef en onderdeel e, Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ (werktuigenvrijstelling);

  • Art. 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling (cultuurgrondvrijstelling).

     

    Rechtsvragen

    Moet het zonnepark voor de toepassing van de Wet WOZ als onroerend worden aangemerkt?

    Zo ja, is de werktuigenvrijstelling van toepassing en zo ja, op welke onderdelen van het zonnepark is de werktuigenvrijstelling van toepassing en is de cultuurgrondvrijstelling van toepassing op de grond waarop het zonnepark is gelegen?

     

    Samenvatting uitspraak

    Eiseres exploiteert een zonnepark. Het zonnepark bestaat uit een zonnekrachtinstallatie voor het opwekken van elektriciteit uit zonne-energie door middel van zonnepanelen. Die zonnepanelen zijn met moeren vastgemaakt aan stalen profielen die op hun beurt bevestigd zijn aan een stalen onderstel dat zich deels (tot 80 à 90 centimeter) in de grond bevindt. De zonnepanelen zijn via kabels en verzamelboxen verbonden met een transformator waarin de door de zonnepanelen geleverde stroom wordt omgezet om vervolgens te worden geleverd aan de afnemer, een nabijgelegen steenfabriek. De transformator is via een elektriciteitskabel met de steenfabriek verbonden. De transformator is daartoe in een transformatorhuisje geplaatst. Het terrein van het zonnepark bestaat uit grasland dat ook onder de zonnepanelen wordt beweid door koeien en schapen van een nabijgelegen boerenbedrijf, dat die koeien en schapen bedrijfsmatig houdt. Het terrein is omgeven door een manshoog hekwerk dat is voorzien van prikkeldraad. De zonnepanelen, de profielen en het onderstel behoren tot een complex waarmee eiseres het zonnepark ter plaatse duurzaam exploiteert. De zonnepanelen, de profielen en het onderstel vormen zowel visueel als functioneel een onlosmakelijk geheel met de overige onderdelen van het zonnepark op het terrein, zoals de transformator, de verzamelboxen en de bekabeling die alle onderdelen met elkaar verbindt.

     

    De heffingsambtenaar van de gemeente Monterland (verweerder) heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet WOZ de waarde van het zonnepark, per waardepeildatum 1 januari 2014, vastgesteld op € 2.619.000. Eiseres (genothebbende van het zonnepark) heeft tegen de aanslag bezwaar en beroep ingesteld.

     

    Op grond van artikel 17 Wet WOZ wordt aan een onroerende zaak een waarde toegekend. Gelet hierop is in de eerste plaats tussen partijen in geschil of het zonnepark voor de toepassing van de Wet WOZ als onroerend moet worden aangemerkt. De rechtbank oordeel dat dit het geval is.

     

    Vervolgens is tussen partijen in geschil of en zo ja op welke onderdelen van het zonnepark de werktuigenvrijstelling van toepassing is en of de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is op de grond waarop het zonnepark is gelegen.

     

    De rechtbank oordeelt dat de werktuigenvrijstelling niet van toepassing is op het zonnepark als geheel en evenmin op de zonnepanelen en de onderconstructie. De cultuurgrondvrijstelling is wel van toepassing op de (onder)grond van het zonnepark, aangezien sprake is van ten behoeve van de landbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond.

    De rechtbank verklaart het beroep dan ook gegrond en vermindert de bij beschikking vastgestelde WOZ-waarde tot € 850.000.

     

    Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk

    Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of het zonnepark voor de toepassing van de Wet WOZ als onroerend moet worden aangemerkt en zo ja of de werktuigenvrijstelling van toepassing is en zo ja op welke onderdelen van het zonnepark de werktuigenvrijstelling van toepassing is en of de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is op de grond waarop het zonnepark is gelegen.

     

    Zonnepark is onroerende zaak

    Op grond van artikel 17 Wet WOZ wordt aan een onroerende zaak een waarde toegekend ten behoeve van belastingheffing. Voor de betekenis van het begrip onroerende zaak in de Wet WOZ moet worden aangesloten bij artikel 3:3 BW, op grond waarvan onder meer als onroerend worden aangemerkt de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken. Bij de beantwoording van de vraag of een bouwwerk bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven, moet worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten kenbaar is. Die bedoeling moet blijken uit bijzonderheden van aard en inrichting van het bouwwerk. Niet van belang is dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwwerk te verplaatsen (HR 31 oktober 1997 ECLI:NL:HR:1997:ZC2478HR 24 juni 2005 ECLI:NL:HR:2005:AQ7093 

    en HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0813 .

     

    In onderhavig geval is de rechtbank van oordeel dat het zonnepark als geheel naar aard en inrichting is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven, welke ook naar buiten kenbaar is. Onderhavig zonnepark dient derhalve als onroerende zaak voor de toepassing van de Wet WOZ als onroerend te worden aangemerkt en er kan, gelet op artikel 17 Wet WOZ, een waarde voor belastingheffing aan worden toekend.

     

     

    Werktuigenvrijstelling

    Op grond van artikel 18, vierde lid, van de Wet WOZ in verbinding met artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ (hierna: Uitvoeringsregeling) wordt bij de bepaling van de waarde buiten aanmerking gelaten de waarde van de werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken (de zogenoemde werktuigenvrijstelling).

     

    De rechter overweegt in onderhavig geval dat de werktuigenvrijstelling van toepassing kan zijn op onderdelen van de zonnekrachtinstallatie en het transformatorhuisje. De werktuigenvrijstelling mist, naar het oordeel van de rechtbank, echter toepassing op de zonnepanelen omdat de zonnekrachtinstallatie haar herkenbaarheid verliest als de zonnepanelen worden verwijderd (HR 7 juni 2000, ECLI:NL:HR:AA6113). De waarde van de zonnepanelen dient dan ook te worden meegenomen in de WOZ-waardering. Hetzelfde geldt voor de onderconstructie (de profielen en het onderstel). De verzamelboxen, de bekabeling van de zonnepanelen naar het transformatorhuisje en de zich daarin bevindende transformator delen wel in de werktuigenvrijstelling, omdat deze onderdelen geen op zichzelf gebouwde eigendommen vormen en bovendien niet noodzakelijk zijn voor de uiterlijke herkenbaarheid.

     

    Cultuurgrondvrijstelling

    Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, voor zover die niet de ondergrond vormt van gebouwde eigendommen (de zogenaamde cultuurgrondvrijstelling). Deze vrijstelling is in casu van toepassing omdat het terrein, waarop het zonnepark is aangelegd, bestaat uit grasland dat ook onder de zonnepanelen wordt beweid door koeien en schapen van een nabijgelegen boerenbedrijf, dat die koeien en schapen bedrijfsmatig houdt.

     

    WOZ-waarde

    Al met al komt de rechtbank tot een lagere WOZ-waarde, namelijk € 850.000. Dat is aanmerkelijk minder dan de bij beschikking door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde (€ 2.619.000).

     

    Voor de praktijk is van belang te weten dat een zonnepark als een onroerende zaak wordt aangemerkt en dat daar derhalve een waarde voor belastingheffing op grond van artikel 17 Wet WOZ kan worden toegekend. Verder is het goed te weten dat er vrijstellingen van toepassing kunnen zijn op een zonnepark, zoals de werktuigenvrijstelling en indien van toepassing de cultuurgrondvrijstelling. En verder loont het dus om een bezwaarschrift in te laten dienen tegen een WOZ-beschikking van een heffingsambtenaar van een gemeente. Dat toont deze zaak maar weer eens aan.

     

    Indien u een bezwaarschrift wilt laten indienen tegen een WOZ-beschikking van de gemeente neem dan contact op met Annelies Schwartz .