dorhout advocaten Nieuw logo 121x43

KABEL- EN LEIDINGSCHADE: WIE IS AANSPRAKELIJK?

dorhout advocaten Nieuw logo 121x43

Door de ruim 1,7 miljoen kilometer aan kabels en leidingen in de Nederlandse ondergrond, is het risico op schade bij graafwerkzaamheden groot. Jaarlijks ontstaat bij 35.000 gevallen schade aan de kabels en leidingen.[1] Dit roept de vraag op wie aansprakelijk is voor de schade. In dit artikel wordt geprobeerd om deze vraag te beantwoorden op basis van de huidige wetgeving en rechtspraak. Alvorens antwoord wordt gegeven in de conclusie, zal aan de hand van de Grondroerdersregeling[2] en de rechtspraak eerst aangegeven worden wat de verplichtingen zijn van alle partijen die bij het graafproces zijn betrokken.

WETGEVING

Sinds 1 juli 2008 is de Grondroerdersregeling gefaseerd ingevoerd. Deze regeling bestaat uit de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse netten (WION), het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Besluit) en de Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Regeling). Het doel van deze regeling is het voorkomen van kabel- en leidingschade bij graafwerkzaamheden. Om dit te bewerkstelligen zijn onder meer de verplichtingen van de betrokken partijen, te weten de Dienst, de netbeheerder, de grondroerder en de opdrachtgever nader in deze regeling vastgelegd, waarbij de wetgever heeft getracht om de verantwoordelijkheidsverdeling evenwichtiger vast te leggen. In de jurisprudentie werd namelijk steeds minder verantwoordelijkheid neergelegd bij de netbeheerder en steeds meer bij de grondroerder. De informatieplicht van de netbeheerder is door de Grondroerdersregeling aanzienlijk verzwaard.

Kadaster

In artikel 1 van de WION zijn begrippen opgenomen. Onder b van artikel 1 wordt bepaald dat onder een ‘Dienst’ in de WION en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan: ‘de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster’ (hierna: Kadaster).

De kerntaken van het Kadaster zijn – kort gezegd – het registreren en verstrekken/doorgeven van informatie over de ligging van ondergrondse leidingen en kabels, voorgenomen graafwerkzaamheden en kabel- en leidingschade. Deze taken dient het Kadaster op korte termijn te realiseren. Indien het Kadaster te laat informatie verstrekt of onjuiste informatie verstrekt, kan dat tot schade leiden bij diverse partijen. In een dergelijke situatie is het goed mogelijk dat het Kadaster civielrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de uit de niet-naleving van de Grondroerdersregeling voortvloeiende schade. Op het niet-naleven staan geen bestuurlijke sancties.

Netbeheerder

De beheerder van een net is degene die als natuurlijk persoon handelde in de uitoefening van een beroep of een bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert (artikel 1 sub h WION). Het gaat derhalve om een beroeps- of bedrijfsmatig beheren van een net. Een particulier valt hier dus niet onder.

De netbeheerder heeft een informatieplicht jegens degene (de grondroerder of opdrachtgever) die zich in verband met de uit te voeren graafwerkzaamheden bij hem meldt. De netbeheerder dient binnen één werkdag nadat deze het verzoek daartoe van het Kadaster heeft ontvangen, de gegevens over de door hem beheerde netten via het elektronische informatiesysteem te verstrekken (artikel 10 lid 1 WION). De volgende informatie moet in ieder geval worden verstrekt:

1. de ligginggegevens;

2. de relevante eigenschappen van het net;

3. welke voorzorgsmaatregelen eventueel zullen moeten worden getroffen;

4. de contactgegevens.

Ligginggegevens

De netbeheerder moet namelijk tijdig volledige, nauwkeurige en betrouwbare informatie aanleveren over de ligginggegevens van haar kabels en leidingen op de graaflocatie. Deze gegevens moeten betrekking hebben op de horizontale ligging en moeten gebaseerd zijn op de meest nauwkeurige metingen die voor de beheerder beschikbaar zijn, met dien verstande dat de metingen ten minste een nauwkeurigheid van één meter hebben (artikel 5 lid 2 Besluit). In de Memorie van toelichting (MvT) is bepaald dat indien de kabels en leidingen buiten deze marge van één meter mochten liggen, de netbeheerder aansprakelijk is voor eventuele kabel- en leidingschade.[3]Daarmee is de civiele aansprakelijkheid echter nog geen gegeven. Dit vraagstuk is namelijk veel complexer en casuïstischer van aard. Voor aansprakelijkheid en schadevergoeding dient namelijk per geval voldaan te zijn aan alle onrechtmatige daad vereisten in de zin van artikel 6:162 BW, te weten de onrechtmatigheid, de toerekenbaarheid, het causale verband, de schade en het relativiteitsvereiste.

De netbeheerder dient te zorgen dat de ligginggegevens actueel zijn. Indien de netbeheerder een melding van het Kadaster heeft ontvangen dat de kabels en leidingen een afwijkende ligging (van meer dan één meter) hebben ten opzichte van de ligging zoals op de kaart aangegeven, dient de netbeheerder binnen dertig werkdagen na ontvangst van deze melding de noodzakelijke maatregelen te treffen (artikel 17 WION). De netbeheerder zal de ligging van de kabels en leidingen moeten controleren en – indien nodig – de ligginggegevens op de kaart bewerken.[4] Over het open laten liggen van de grond zal de netbeheerder nadere afspraken moeten maken met de grondroerder.

Relevante eigenschappen van het net

De netbeheerder dient de relevante eigenschappen van zijn net binnen zijn beheerpolygeen[5] te verstrekken aan het Kadaster. Dit betekent dat hij moet aangeven wat voor soort net het is. Bijvoorbeeld een elektriciteitsnet, riolering of een leiding met een gevaarlijke inhoud. Dit is van belang voor de grondroerder voor het inschatten van  de graafrisico’s.

Voorzorgsmaatregelen

De netbeheerder zal moeten aangeven of hij voornemens is zelf voorzorgsmaatregelen te treffen (artikel 13 WION). In het geval van een net met een gevaarlijke inhoud, zoals een gastransportnet, moet de netbeheerder voorzorgsmaatregelen treffen voordat een grondroerder graafwerkzaamheden in de omgeving daarvan gaat verrichten. Deze voorzorgsmaatregelen betreffen in ieder geval de aanwijzing ter plaatse van de exacte ligging van dat net door de netbeheerder. In het geval van een net met een grote waarde, zoals bijvoorbeeld de telecomkabel die de Amsterdamse beurs (AEX) verbindt met de buitenwereld en waarvan de mogelijke indirecte effecten van zeer ernstige aard zijn als dit net zou worden beschadigd, kan de netbeheerder voorzorgsmaatregelen treffen voordat een grondroerder werkzaamheden in de omgeving daarvan gaat verrichten. Indien de netbeheerder heeft aangegeven dat hij voorzorgsmaatregelen gaat treffen, vangt de grondroerder de graafwerkzaamheden niet eerder aan nadat de netbeheerder deze voorzorgsmaatregelen heeft getroffen. Behoudens afwijkende afspraken met de grondroerder, dient de netbeheerder deze maatregelen binnen drie werkdagen te treffen. Indien de netbeheerder voorzorgsmaatregelen treft, dient de grondroerder eveneens de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen, welke hij schriftelijk vastlegt en voor aanvang van de graafwerkzaamheden ter kennis van de betrokken netbeheerder brengt.

Contactgegevens

De netbeheerder dient zijn contactgegevens aan de grondroerder te verstrekken. Indien de grondroerder vragen heeft, dient hij uitsluitend contact op te nemen met de door de netbeheerder doorgegeven contactpersoon voor de desbetreffende situatie. Indien de grondroerder contact opneemt met een willekeurige medewerker van de netbeheerder, dan loopt hij namelijk het risico om aansprakelijk te worden gesteld voor de eventuele schade.[6]

Uitzonderingen informatieplicht

Op voornoemde informatieplicht van de netbeheerder (artikel 10 lid 1 WION) bestaan een aantal uitzonderingen. Uit artikel 4 van de Regeling volgt dat de netbeheerder geen ligginggegevens hoeft te verstrekken, indien het gaat om netten die voldoen aan de volgende criteria:

1.         ze liggen geheel of grotendeels in de eigen grond[7];

2.         ze liggen geheel of grotendeels in de grond die geen openbare grond is;

3.         de aansluiting op het terrein is niet ten behoeve van derden[8]; en

4.         ze bevatten geen gevaarlijke stoffen.

Netten die onder deze uitzondering vallen zijn bijvoorbeeld netten die zich bevinden in de grond van gemeentelijke sportterreinen en werven. De netbeheerder behoudt overigens wel een registratieplicht ten aanzien van de ligging van deze netten. Verder geldt ten aanzien van huisaansluitingen op dit moment nog een vrijstelling. Deze aansluitingen behoeven geen registratie en behoeven evenmin op de kaart te worden aangegeven. Toekomstige wetgeving lijkt hier echter verandering in te gaan brengen. Naar aanleiding van de evaluatie van de WION heeft de minister voor Infrastructuur en Milieu namelijk bij brief van 8 mei 2012 aan de voorzitter van de Eerste Kamer aangegeven dat de WION onder meer zal worden gewijzigd op dit punt. Daar waar huisaansluitingen al digitaal beschikbaar zijn, zal worden verplicht deze informatie beschikbaar te stellen. In samenspraak met de gemeenten zal worden onderzocht of het mogelijk is om bij nieuwbouw te verplichten huisaansluitingen in kaarten op te nemen en deze mee te leveren bij de graafmelding.

Weeskabels en -leidingen

De WION verplicht de gemeente tot beheer van de ligginggegevens van weeskabels en –leidingen en tot zorg voor informatie-uitwisseling daaromtrent. De gemeente is verantwoordelijk voor de registratie van weeskabels en -leidingen, indien zich binnen een termijn van tien werkdagen niet een netbeheerder voor deze kabel of leiding heeft gemeld bij het Kadaster (artikel 18 WION). Deze verantwoordelijkheid is bij de gemeente neergelegd vanwege:

1.         haar coördinerende rol ten aanzien van de ondergrond;

2.         de verlening van diverse locale vergunningen en de mogelijkheid om eventueel de eigenaar te traceren;

3.         de mogelijkheid om weesleidingen eventueel op een geschikt moment op te (laten) ruimen (is geen verplichting).

Deze zorgvuldigheidsverplichtingen brengen echter wel nieuwe aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente met zich mee. Te denken valt daarbij aan de situatie dat er schade ontstaat bij de graafwerkzaamheden als gevolg van een registratiefout door de gemeente of wanneer de gemeente verzuimt om opgave te doen van een weesleiding bij een graafmelding.

Niet-naleving

Indien de netbeheerder zijn verplichtingen uit de Grondroerdersregeling niet nakomt, riskeert hij een bestuurlijke sanctie. Aan de netbeheerder kan een bestuurlijke boete van maximaal € 100.000,00 worden opgelegd. De bestuursrechter past dit strikt toe. Voor de hoogte van de boete wordt uiteraard wel rekening gehouden met de aard en ernst van de overtreding.

Grondroerder

Onder grondroerder wordt verstaan degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht (artikel 1 lid 1 sub 9 WION). Het gaat dus niet om degene die feitelijk de graafwerkzaamheden verricht.

Onder graafwerkzaamheden vallen alle werkzaamheden in de ondergrond die op mechanische wijze worden verricht (artikel 1 lid 1 sub c WION). Vervolgens roept dit de vraag op wat onder ondergrond dient te worden verstaan. Deze vraag was aan de orde bij een bestuursrechtelijke kwestie bij de Rechtbank Utrecht.[9] De bestuursrechter sloot aan bij de Memorie van Toelichting, waarin staat verwoord dat onder ondergrond wordt verstaan het deel van de aarde vanaf het maaiveld tot circa 10 kilometer diepte. Het mechanisch verrichten van werkzaamheden in het water valt hier eveneens onder. Vervolgens werd eveneens aangesloten bij de CROW-Richtlijn[10] en heeft de bestuursrechter op grond daarvan aangenomen dat met ondergrond ‘het oppervlak van het terrein’ wordt bedoeld. Graafwerkzaamheden zullen over het algemeen in de ondiepe ondergrond plaatsvinden vanaf het maaiveld tot hoogstens één kilometer diepte.[11] Te denken valt daarbij aan de aanleg van netten, het heien van palen, het slaan van damwanden, het bouwrijp maken van grond, alsmede het diepploegen of het mechanisch uitbaggeren van sloten. Ook het egaliseren van de walkant/grond en freeswerkzaamheden (in een geasfalteerd wegdek) worden gelijk gesteld met graafwerkzaamheden in de zin van artikel 1 lid 1 sub 9 WION.[12] Voor maaiwerkzaamheden geldt dat zij onder bijzondere omstandigheden onder ‘mechanische werkzaamheden in de ondergrond’ kunnen worden geschaard.[13] Bij twijfel is het aanbevelenswaardig om van toepasselijkheid van deze uitzondering uit te gaan.[14]

De grondroerder heeft in feite twee hoofdverplichtingen. De eerste verplichting bestaat uit het verrichten van onderzoek naar de ligging van kabels en leidingen voor aanvang van de werkzaamheden. In het verlengde van deze onderzoeksplicht rust op de grondroerder eveneens de plicht om de graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze te verrichten (artikel 2 lid 2 WION).[15] In dat kader dient de netbeheerder ten minste te zorgen dat:

a.         vóór aanvang van de graafwerkzaamheden online een graafmelding[16] is gedaan;

b.         onderzoek is verricht naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie;

c.         op de graaflocatie de van het Kadaster ontvangen gebiedsinformatie aanwezig is;

d.         schade aan een net als gevolg van de graafwerkzaamheden direct aan de netbeheerder wordt gemeld;

e.         een afwijkende ligging van een net of een onbekend net direct online aan het Kadaster wordt gemeld.[17]

De uitvoering van de graafwerkzaamheden moet aldus zodanig worden uitgevoerd dat redelijkerwijs geen schade toegebracht wordt aan de kabels en leidingen. Er worden hoge eisen gesteld aan de uitvoering van de graafwerkzaamheden, omdat de grondroerder, op basis van zijn onderzoeksplicht, geacht wordt (geobjectiveerde) wetenschap te hebben van de aanwezigheid en de ligging van de kabels en leidingen.

a. Graafmelding

Een grondroerder meldt het voornemen tot het verrichten van de graafwerkzaamheden aan het Kadaster ten hoogste twintig werkdagen voorafgaand aan de aanvang van die werkzaamheden (artikel 8 lid 1 WION). De grondroerder krijgt vervolgens via het Kadaster kaartmateriaal met daarop alle bekende ligginggegevens van de op de graaflocatie aanwezige kabels en leidingen.

Uitzonderingen graafmelding

Op de hoofdregel dat een graafmelding moet worden gedaan, bestaat een aantal uitzonderingen. Zo behoeft een graafmelding niet te worden gedaan in het geval dat deze werkzaamheden een maximale diepgang van50 cmhebben én uitgevoerd zullen worden in de grond die eigendom of in beheer is van de grondroerder én hij weet dat sinds de voorafgaande graafmelding de ligging van de netten in deze grond niet is veranderd (artikel 8 lid 3 WION jo. artikel 6 Besluit).

Ten aanzien van het delven van graven op (o.a. gemeentelijke) begraafplaatsen wordt voornoemde beperking van50 cmoverigens niet gehandhaafd door het Agentschap Telecom (de toezichthouder op de naleving van de Grondroerdersregeling). De beheerder van een begraafplaats dient eenmalig een graafmelding te doen om vast te stellen of er op de begraafplaats kabels aanwezig zijn. Als blijkt dat dit niet het geval is mag vervolgens met deze eerdere graafmelding worden gewerkt. Als er wel netwerken aanwezig zijn, zal de beheerder, zodra er wijzigingen plaatsvinden aan dat netwerk, opnieuw een graafmelding moeten doen.

b. Lokaliseren

Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden dient de grondroerder de kabels en leidingen te lokaliseren. De wetgever heeft de wijze waarop gelokaliseerd moet worden aan de marktpartijen overgelaten. De marktpartijen hebben daartoe een richtlijn opgesteld: Richtlijn zorgvuldig graafproces (Richtlijn).[18]

De Richtlijn geeft onder meer aan dat onderzoek naar de precieze ligging van de kabels en leidingen in beginsel dient te geschieden door middel van het graven van een proefsleuf. In een enkel geval behoeft deze hoofdregel slechts uitzondering zoals bij het uitvoeren van een horizontale gestuurde boring (m.u.v. van de in- en uittredeputten). De lengte van de proefsleuf bedraagt in beginsel 1 meteraan weerszijden van de theoretische ligging.[19] Als de kabel of leiding echter theoretisch in een strook van 1,5 meter naast de insteek van het graafprofiel[20] is gelegen, strekt de proefsleuf zich niet uit tot buiten die strook en bedraagt de lengte in de richting van het graafprofiel1,50 meter, ook als de proefsleuf daardoor tot in het graafprofiel reikt. De diepte is niet meer dan0,25 meter onder de bodem van het graafprofiel, met een maximum van1,50 meter. Voor het aantal proefsleuven of de onderlinge afstanden daartussen is geen standaardoplossing te geven. Deze zijn sterk afhankelijk van de situatie. Als de kabel of leiding niet in de proefsleuf wordt aangetroffen, dient de grondroerder contact op te nemen met de netbeheerder om vervolgacties te bepalen.

In situaties waar geen proefsleuf gegraven kan worden, zoals bijvoorbeeld bij netten die onder water liggen of netten die meer dan1,50 meteronder het maaiveld liggen, bepaalt de Richtlijn dat de grondroerder een andere methode met de netbeheerder moet afstemmen. De grondroerder zal daartoe contact moeten opnemen met de contactpersoon die door de netbeheerder is opgegeven.

Niet duidelijk is overigens welke afwijkingsmarge voorrang heeft, of de afwijkingsmarge van1 meterdie geldt voor de netbeheerder ten aanzien van de verstrekte ligginggegevens, of de afwijkingsmarge van 1 respectievelijk1,5 meterdie geldt voor de onderzoeksplicht van de grondroerder. Dit leidde tot de nodige discussie.

c. Aanwezigheid

De grondroerder dient de ontvangen ligginggegevens van het Kadaster op de graaflocatie aanwezig te hebben.

d. Schade

De grondroerder dient schade aan het net als gevolg van zijn graafwerkzaamheden direct te melden aan de netbeheerder van het beschadigde net (artikel 16 WION). Doel van deze verplichting is om informatie te verzamelen over het aantal schades en kan worden nagegaan of het doel van de WION, te weten het voorkomen van schade aan kabels en leidingen tijdens graafwerkzaamheden, wordt bereikt.

e. Meldplicht

Indien de ligging van de kabels en leidingen meer dan één meter afwijkt van de theoretische ligging, dan dient de grondroerder dit direct bij het Kadaster te melden (artikel 17 lid 1 WION). Van deze melding moet het Kadaster vervolgens direct mededeling doen aan de betrokken netbeheerder (artikel 17 lid 2 WION). Ook in het geval dat de grondroerder een net aantreft dat niet in de door het Kadaster verstrekte ligginggegevens is vermeld of waarvan niet duidelijk is wie de beheerder is (zogenaamde weeskabels en -leidingen), dient de grondroerder dit direct te melden bij de Dienst (artikel 18 lid 1 WION).

Niet-naleving

Op niet nakoming door de grondroerder van zijn verplichtingen uit de Grondroerdersregeling staat in veel gevallen een bestuurlijke boete. De maximale bestuurlijke boete bedraagt in enkele gevallen € 100.000,00 en in andere gevallen € 450.000,00. De bestuursrechter gaat strikt om met sancties op overtredingen van de grondroerdersregeling.

Feitelijke graver

In de praktijk besteedt de aannemer de graafwerkzaamheden veelal uit aan een loonwerker middels een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW) of aan een onderaannemer middels een onderaannemingsovereenkomst (artikel 7:750 BW). Zij verrichten dan de feitelijke graafwerkzaamheden. Aangezien de feitelijke graver als laatste in de graafketen in het algemeen de schade veroorzaakt, is het van belang om te weten of op de feitelijke graver ook een onderzoeksplicht rust.

In de WION komt de definitie feitelijke graver niet voor en worden uitsluitend verplichtingen opgelegd aan de netbeheerder, het Kadaster en de grondroerder. De loonwerker valt niet onder de definitie van de grondroerder in de zin van de WION, omdat de loonwerker niet de verantwoordelijkheid of leiding over de graafwerkzaamheden heeft. Krachtens de WION rust dus niet een onderzoeksplicht op de loonwerker. Dit geldt niet voor de onderaannemer, want volgens de WION kunnen de aannemer en onderaannemer tegelijkertijd als grondroerder in de zin van de WION worden aangemerkt. Op de onderaannemer rust daarom krachtens de WION wel een onderzoeksplicht om graafschades te voorkomen. De aannemer en de onderaannemer zullen onderling afspraken moeten maken wie van hen de verplichtingen uit hoofde van de Grondroerdersregeling op zich zal nemen.

De feitelijke graver wordt in de Richtlijn wel genoemd en gedefinieerd: ‘de machinist met (graaf)machine en eventueel een grondwerker, die onder verantwoordelijkheid of leiding van de grondroerder de (graaf)werkzaamheden verricht’. De Richtlijn heeft hier in ieder geval de loonwerker voor ogen. De Richtlijn legt de feitelijke graver  – kort gezegd – de volgende verplichtingen op:

  1. bij het voorbereiden van de start van de werkzaamheden dient de feitelijke graver te controleren of de grondroerder een graafmelding heeft gedaan en of deze onderzoek naar de ligging van de kabels en leidingen heeft gedaan. Tevens dient hij te controleren of de door het Kadaster ontvangen ligginggegevens op de locatie aanwezig zijn;
  2. tijdens het verrichten van de graafwerkzaamheden dient de feitelijke graver voorzichtig te werken in de nabijheid van kabels en leidingen en moet zijn werkzaamheden stoppen als er tijdens de uitvoering onduidelijkheid bestaat over de ondergrondse situatie;
  3. Indien schade is toegebracht, dient de feitelijke graver dit direct te melden bij de grondroerder.

Kortom, op de feitelijke graver rust wel degelijk een onderzoeksplicht, te weten het controleren of de grondroerder aan zijn verplichtingen heeft voldaan en de verplichting om zorgvuldig te graven. Je zou deze verplichtingen kunnen omschrijven als een controlerende onderzoeksplicht.

Opdrachtgever

De opdrachtgever is degene die opdracht geeft tot het uitvoeren van een werk waarbij graafwerkzaamheden worden verricht. In bepaalde gevallen kan de opdrachtgever ook de grondroerder zijn, maar dit hoeft niet het geval te zijn. In die laatste situatie is het volgende van belang.

In het algemeen geldt dat de opdrachtgever jegens derden aansprakelijk is voor fouten van niet-ondergeschikten die in zijn opdracht en ter uitoefening van zijn bedrijf werkzaamheden verricht (artikel 6:171 BW). Deze aansprakelijkheid betreft een zogenaamde risicoaansprakelijkheid van de opdrachtgever. De opdrachtgever kan hierdoor zelfstandig worden aangesproken door derden, ook al heeft de opdrachtgever aan zijn informatieplicht jegens de grondroerder voldaan. De reikwijdte van deze aansprakelijkheid dient echter beperkt te worden uitgelegd. Dit volgt uit het arrest Delfland/Stoeterij, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat tussen de opdrachtgever (het energiebedrijf dat de kabel exploiteert) en de aannemer (die de kabel heeft aangelegd) geen ‘eenheid van bedrijf’ bestaat.[21]

Daarnaast vloeit uit artikel 2 van de WION voort dat de opdrachtgever verplicht is om er voor te zorgen dat de graafwerkzaamheden, waartoe hij opdracht geeft, op zorgvuldige wijze kunnen worden verricht.

RECHTSPRAAK

Hieronder bespreek ik een aantal voor de praktijk relevante uitspraken, waaruit ik een viertal verplichtingen van de grondroerder destilleer.

  • Schending onderzoeksplicht: Hof Amsterdam 18 december 2012

In deze zaak werd schending van de onderzoeksplicht van de grondroerder aangenomen. Het gaat over de beschadiging van een kabel door de grondroerder tijdens het verplaatsen van een machine. Dit gebeurde nog voordat de graafwerkzaamheden waren begonnen en voordat de ligging van de kabels aan de hand van de KLIC-gegevens waren vastgesteld. Liander sprak als netbeheerder de grondroerder aan tot schadevergoeding.

Het hof oordeelde dat de grondroerder door deze handelwijze onrechtmatig heeft gehandeld jegens Liander wegens schending van de onderzoeksplicht. Hierbij speelde een rol dat er sprake was van zeer drassige en deels afgegraven grond, het een zware machine betrof en de grondroerder de beschikking had over de KLIC-gegevens waaruit de ligging van de betrokken kabel bleek. Onder deze omstandigheden had de grondroerder volgens het hof de ligging van de kabels reeds moeten vaststellen, voordat de machine het kabeltraject überhaupt betrad. De inspanning van de grondroerder was te gering, nu zij ten behoeve van haar verdere werkzaamheden reeds over de KLIC-gegevens beschikte en op grond van de WION gehouden is bij aanvang van deze werkzaamheden de kabels die daarin zijn aangegeven, te lokaliseren. Indien de grondroerder de kabels zou hebben gelokaliseerd, zou zij haar werkzaamheden zodanig hebben kunnen en moeten uitvoeren dat schade zou uitblijven. Indien de grondroerder niet zelf afdoende maatregelen had kunnen nemen om schade te voorkomen, had zij van die werkzaamheden moeten afzien, totdat zij er voldoende verzekerd van was dat schade zou uitblijven, aldus het hof. Het verweer dat de kabels te ondiep lagen, werd verworpen door het hof. De grondroerder dient er rekening mee te houden dat kabels als de onderhavige door diverse omstandigheden, waaronder ook de omstandigheid die zich hier voordeed dat de grond drassig en deels afgegraven was, van ligging (zowel horizontaal als verticaal) kunnen veranderen en dat een dergelijke afwijkende ligging redelijkerwijs niet steeds door de kabelbeheerder zal kunnen worden gecorrigeerd.

Verplichting grondroerder: Voor aanvang van de graafwerkzaamheden en voordat de grondroerder het terrein betreedt met machines, dient de grondroerder de kabels en leidingen te lokaliseren met behulp van de kaartgegevens teneinde aansprakelijkheid te voorkomen.

  • Geen schending onderzoeksplicht: Johanna Josephine[22]

Deze zaak illustreert een geval van kabelschade waarin geen schending van de onderzoeksplicht van de grondroerder werd aangenomen. Het gaat om baggerwerkzaamheden verricht door Heuvelman Ibis in de rivier De Zaan in opdracht van de gemeente Zaanstad, met gebruikmaking van het baggerschip ‘Johanna Josephine’, dat eigendom is van Heuvelman Ibis Projecten. Voorafgaand aan de werkzaamheden heeft Heuvelman Ibis een KLIC-melding gedaan en heeft zij ligginggegevens van de telefoonkabel, die zich op4 meterbeneden NAP zou bevinden, van KPN ontvangen. Heuvelman Ibis spreekt met de gemeente Zaanstad af dat bij de uitvoering van de werkzaamheden een verticale marge van1,5 men een horizontale marge van7,5 maan weerszijden van de getekende ligging van de kabel in acht wordt genomen. Tijdens het uitvoeren van de baggerwerkzaamheden nabij de Beatrixbrug te Zaandam op circa5 mvan de walkant, is de kabel van KPN geraakt, waarna deze breekt. KPN sprak Heuvelman Ibis aan op basis van onrechtmatige daad en Heuvelman Ibis Projecten op basis van aanvaring subsidiair onrechtmatige daad.

De rechtbank heeft geoordeeld dat een aannemer die, naar aanleiding van een KLIC-melding, informatie ontvangt van een netbeheerder niet zonder meer, gelet op de op hem rustende onderzoeksplicht, meer mag vertrouwen op de juistheid daarvan, waar het de precieze ligging van kabels en leidingen betreft, omdat hij er als professionele grondroerder erop bedacht moet zijn dat de ligging van de kabels in de bodem door externe factoren kan veranderen. Heuvelman Ibis heeft geen nader onderzoek gedaan naar de precieze ligging van de kabel t.o.v. de door KPN verstrekte informatie. De rechtbank is van oordeel dat Heuvelman Ibis desondanks voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, nu zij de met de gemeente overeengekomen marges in acht heeft genomen en de kabel ten minste1,5 meterhoger heeft gelegen dan waar deze zich volgens de tekening had moeten bevinden.

Verplichting grondroerder: Bij het lokaliseren van de kabels en leidingen hoeft de grondroerder geen veiligere marge aan te houden dan1,50 meter. Dit is conform de Richtlijn.

  • Gevolgschade & compensatie bij langdurige stroomstoring: Liander/Bouwcombinatie BR-4[23]

Bij graafwerkzaamheden ten behoeve van de Betuweroute heeft Bouwcombinatie BR-4 (hierna: BR-4), althans in feite de door deze ingeschakelde onderaannemer Paans en zonen (hierna: P&S), ondanks voorafgaande KLIC-melding, enkele stroomkabels beschadigd. Hierdoor is gedurende ruim 7 uren een stroomstoring ontstaan. Liander was als netbeheerder gehouden de stroomafnemers een compensatievergoeding te betalen van in totaal € 129.290,00 (o.g.v. de Elektriciteitswet 1998 en de onderliggende Netcode). Dit bedrag heeft Liander van BR-4 en P&S teruggevorderd. De verplichting een compensatievergoeding uit te keren leidt immers tot een financieel nadeel dat door de kabelschade is veroorzaakt.

Het hof heeft causaal verband aangenomen tussen de kabelbeschadiging en de door de daaropvolgende stroomstoring verschuldigd geworden compensatievergoedingen en aangenomen dat deze vergoedingen als door de kabelbeschadiging veroorzaakte schade aan de veroorzaker hiervan kunnen worden toegerekend (artikel 6:98 BW). Volgens het hof is de schade het gevolg van een grove zaaksbeschadiging en stroomstoringen en de daardoor verschuldigd geworden compensatievergoedingen moeten worden aangemerkt als een voorzienbaar gevolg van die zaaksbeschadiging. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof bekrachtigd.

Verplichting grondroerder: Indien de grondroerder aansprakelijk is voor de beschadiging van de kabel/leiding, kan hij niet alleen gehouden zijn om de herstelkosten van de beschadigde kabel/leiding te voldoen, maar ook om gevolgschade, zoals schadevergoeding aan afnemers op grond van de Netcode, te vergoeden. De aansprakelijkheid voor kabel- en leidingschade gaat dus ver. Houdt hier rekening mee.

  • Gevolgschade & eigen schuld: Hof Leeuwarden 25 september 2012[24]

Medewerkers van de provincie Friesland raakten bij de plaatsing van verkeersborden een elektriciteitsleiding, waardoor een palingkwekerij zonder stroom raakte. Als gevolg daarvan is de installatie van de palingkwekerij uitgevallen. Dit leidde tot sterfte van de glasaal.

Het hof heeft geoordeeld dat de medewerkers van de provincie Friesland onzorgvuldig hebben gehandeld door met een niet goed functionerende leidingzoeker te werken. Volgens het hof stond de glasaalsterfte niet in een te ver verwijderd verband van de fout van de provincie, waardoor er sprake is van causaal verband tussen de schade en de fout. Het hof achtte de provincie dan ook aansprakelijk. Het beroep van de provincie op eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW is echter wel geslaagd. De installatie was, mede vanwege de afwezigheid van een reservepomp, op het moment van de stroomuitval ongeschikt en daarmee gebrekkig, aldus het hof. De gebrekkige installatie wordt de palingkwekerij toegerekend. Het hof was van oordeel dat de stroomonderbreking en het gebrek aan de installatie in gelijke mate hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade. Op grond daarvan verdeelt het hof de schade tussen partijen op basis van 50-50 procent.

Verplichting: Indien de grondroerder aansprakelijk is voor de beschadiging van de kabel/leiding, wordt de gevolgschade al snel aan hem toegerekend. Met een beroep op eigen schuld bestaat de mogelijkheid dat de grondroerder onder de betaling van de gehele dan wel gedeeltelijke gevolgschade kan uitkomen.

CONCLUSIE

Wie is aansprakelijk bij kabel- en leidingschade? Geconcludeerd moet worden dat dit op basis van bovengenoemde wetgeving en rechtspraak afhangt van de omstandigheden van het geval. Daarbij lijkt de grondroerder nog steeds het vaakst aan het kortste eind te trekken, terwijl de Grondroerdersregeling nu juist beoogt meer evenwicht te brengen in de verplichtingen tussen de grondroerders en netbeheerders.

Vijf jaar na de inwerkingtreding van de Grondroerdersregeling heeft er een evaluatie plaatsgevonden conform artikel 51 WION. Daaruit is gebleken dat deze regeling een goed instrument is, aldus Henk Kamp, de Minister voor Infrastructuur en Milieu, in zijn brief van 8 mei 2013 aan de Eerste kamer, maar dat vanuit de praktijk enkele verbeteringen de effectiviteit kunnen verhogen. De aanbevolen verbeteringen betreffen onder meer het verder uitwerken van het begrip ‘zorgvuldig graven’, het versterken van het zorgvuldig graven door het verhogen van accuraatheid en actualiteit van ligginggegevens, een stimulans voor grondroerders voor het melden van afwijkende liggingen en het opnemen van huisaansluitingen in de informatie over ligging van kabels en leidingen. De minister werkt momenteel aan een wetsvoorstel voor verbetering. Laten we hopen dat dit een welkome aanvulling is op de vele verplichtingen die de Grondroerdersregeling heeft opgelegd aan de verschillende partijen die bij het graafproces zijn betrokken en dat dit voor meer evenwicht en duidelijkheid zal zorgen in de verplichtingen tussen met name de grondroerders en netbeheerders.


Eindnoten:

[1]  http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ondergrondse-kabels-en-leidingen.

[2]  De WION, het Besluit en de Regeling worden tezamen de ‘Grondroerdersregeling’ genoemd.

[3]  Kamerstukken II 2005/2006, 30 475, nr. 3, p. 13 (MvT).

[4]  Kamerstukken II 2005/2006, 30 475, nr. 3, p. 38 (MvT).

[5]  Hieronder wordt verstaan een weergave van de netbeheerder van een aaneengesloten gebied,   waarbinnen hij een of meer netten beheert (artikel 1 lid 1 sub j WION).

[6]  Rechtbank Utrecht 1 april 2009, TBR 2010, 34 (Ziggo/Van Hoogevest en Kuipers).

[7]  Onder eigen grond valt grond die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht wordt gebruikt (artikel 4 lid 1 Regeling).

[8]  Onder derden valt niet een net dat een aansluiting heeft ten behoeve van derden, zijnde ondernemingen die deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 2:24b BW waarvan ook de netbeheerder deel uitmaakt (artikel 4 lid 2 Regeling).

[9]   Rechtbank Utrecht 19 april 2009,  LJN: BQ3837.

[10] Nu: Richtlijn van het Nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

[11] Kamerstukken II, 2005-2006, 30 475, nr. 3, p. 26 (MvT).

[12] Hof Arnhem 24 februari 2009, TBR 2010, 31 (Essent/Kraanverhuurbedrijf); Rechtbank Haarlem 14 december 2005, LJN: AV2750.

[13] Rechtbank Breda 16 juli 2008, LJN: BD7510 (Essent/Waterschap Brabantse Delta).

[14] Sinds augustus 2011 zijn boeren vrijgesteld van de graafmelding, mits zij niet dieper dan50 cm in hun eigen grond roeren.

[15] Deze zorgplichten rusten op de grondroerder sinds HR 2 oktober 1998 LJN: ZC2723 (Nacap/Shelfisch).

[16] Ook wel Klic-melding genoemd.

[17] Artikel 17 en artikel 18 WION.

[18] Graafschade voorkomen aan kabels en leidingen, Richtlijn zorgvuldig graafproces, januari 2008, CROW, Publicatie 250.

[19] Onder theoretische ligging wordt verstaan de ligging zoals deze op de kaart van de netbeheerder is aangegeven.

[20] Het graafprofiel is het gebied waarbinnen de graafwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd (artikel 1 lid 1 sub d WION).

[21] HR 21 december 2001, NJ 2002, 75.

[22] Rechtbank Haarlem 10 augustus 2011, LJN BR6547 (Johanna Josphine).

[23] HR 29 april 2011, NJ 2011, 191 (Liander/Bouwcombinatie BR-4).

[24]  Hof Leeuwarden 25 september 2012, LJN: BX9123.

Related Posts

Toezicht in de semipublieke…

De semipublieke sector heeft de afgelopen jaren al te maken gehad met verscherpte eisen en toenemende regelgeving op het gebied van bestuur en toezicht en Governance. Dit naar aanleiding van…
Read more

WHOA: HERSTRUCTURERINGSMIDDEL BIJ EEN…

De WHOA (Wet Homologatie Onderhands Akkoord) is per 1 januari 2021 opgenomen in de Faillissementswet. Deze nieuwe regeling maakt het mogelijk bij ondernemingen en organisaties om schulden te saneren door…
Read more

REGIONALE PRAKTIJK ONDER DRUK…

De advocatuur aan de randen van Nederland heeft het moeilijk: in Limburg en Noord-Nederland daalt het aantal praktijken substantieel. Hoe komt dit? En waar liggen de oplossingen? Lees het artikel…
Read more