dorhout advocaten Nieuw logo 121x43

GASWINNING GRONINGEN, HET EINDE IN ZICHT?

 

Op 29 maart 2018 werd het nieuwsbericht met de titel: ‘Kabinet: einde aan gaswinning in Groningen’ verspreid. De gaswinning uit het Groningenveld wordt op zo kort mogelijke termijn volledig beëindigd, zo volgt uit een brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 29 maart 2018.

De productie vanuit het Groningenveld is gestart in 1963 nadat het gasveld in 1959 werd ontdekt. Het Groningenveld heeft een oppervlakte van ca. 900 km2 en is een van de grootste gasvelden ter wereld. Volgens de NAM is de oorspronkelijk winbare hoeveelheid gas zo’n 2700 á 2800 miljard kubieke meter (Nm3) en is er reeds 2099.02 miljard kubieke meter gas (Nm3) gewonnen. Dat gaswinning tot aardbevingen en daarmee tot schade van gebouwen in de provincie Groningen leidt, de zogenoemde dubbele causaliteit, is inmiddels een vaststaand gegeven, daargelaten dat de causaliteit tussen een of meerdere aardbevingen en de schade aan een gebouw in een concrete situatie wel nog vastgesteld dan wel bewezen dient te worden, waarbij het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW voor de benadeelde als ‘hulpmiddel’ kan dienen.

Volgens de brief van de minister ziet het kabinet de situatie van een voortdurende gaswinning, geflankeerd door een massale schadevergoedings-, herstel- en versterkingsoperatie, niet als een bestendige maatschappelijke uitkomst en wordt het derhalve tijd om de oorzaak van het aardbevingsrisico weg te nemen. Het kabinet wil de beëindiging van de gaswinning in verschillende stappen realiseren door te zoeken naar aanvullende mogelijkheden, zoals de verwerving van extra stikstofcapaciteit, teneinde de gaswinning af te bouwen. Het kabinet stelt dat op zijn laatst per oktober 2022 maar mogelijk al een jaar eerder, het gaswinningsniveau zal dalen tot onder de 12 miljard Nm3.

Interessant is dat de minister schrijft dat bij het halveren van het winningsniveau, de kans op een beving weliswaar kleiner wordt, maar de kracht van de beving niet. In objectieve getallen kan het dan weliswaar veiliger worden, maar de kans op (grote) beving(en) blijft een dreigend vooruitzicht voor de inwoners van Groningen. Hieruit vloeit dan ook voort dat vermindering van de gaswinning geen einde maakt aan het ontstaan van schade als gevolg van bevingen, ongeacht de aard van die schade maar hooguit tot een lager aantal bevingen en daarmee minder (fysieke) schade. Immers indien sprake blijft van een aardbevingsrisico, blijft derhalve zich ook schade voordoen in de vorm van immateriële schade dan wel schade bestaande uit waardedaling. Deze schades vloeien namelijk voort uit een bepaald risico dat op zichzelf weer kan leiden tot o.a. vrees en frustratie. Doet het risico zich daadwerkelijk voor: er is een aardbeving met een bepaalde magnitude, dan is de kans groot dat de Groningers te maken krijgen met fysieke schade. Zolang de oorzaak – bestaande uit gaswinning – niet geheel is weggenomen blijft een aardbevingsrisico, weliswaar mogelijk in steeds mindere mate, bestaan. Kort gezegd, de vermindering van gaswinning leidt misschien tot minder schademeldingen als gevolg van minder bevingen maar de schadeperikelen zijn met afbouw van gaswinningsactiviteiten zeker nog niet opgelost. Volgens de brief van de minister is de uitfasering van het Groningengas op basis van de huidige inzet te verwachten vanaf 2030.

Een van de maatregelen in het kader van de gaswinningsafbouw die inmiddels is gerealiseerd, is de aanpassing van de Gaswet en de Mijnbouwwet met als doel dat er niet meer uit het Groningenveld wordt gewonnen dan strikt noodzakelijk is om de leveringszekerheid te garanderen (Wet van 17 oktober 2018 tot wijziging van de Gaswet en van de Mijnbouwwet betreffende het minimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld). Op basis van deze wetswijziging kan bij ministeriële regeling verder invulling gegeven worden aan bijvoorbeeld de operationele strategie van de NAM en de raming van Gasunie Transport Services B.V. (GTS), die o.a. de wettelijke taak heeft gekregen om jaarlijks een raming te geven van het vanuit leveringszekerheid benodigde volume uit het Groningenveld en de bijbehorende capaciteit van het veld voor de komende 10 jaar.  Op 3 december 2018 heeft de minister bij brief de voortgang van de maatregelen met betrekking tot afbouw van gaswinning in Groningen in kaart gebracht. De minister geeft in deze brief aan dat de maatregelen voor de afbouw van de gaswinning ruimschoots op schema ligt. Volgens de minister daalt het winningsniveau in een gemiddeld jaar vanaf 2023 tot onder de vijf miljard Nm3 waarna de definitieve beëindiging van de gaswinning in Groningen in zicht komt. Verder geeft de minister de voortgang weer van de voorgenomen maatregelen en geeft o.a. aan dat de realisatie van een extra stikstofinstallatie in Zuidbroek voorspoedig verloopt en dat deze naar verwachting conform de planning in het eerste kwartaal van 2022 operationeel zal zijn. Met de productie en inkoop van extra stikstof wordt ‘pseudo Groningengas’ gecreëerd: hoogcalorisch gas, afkomstig uit de kleine gasvelden en uit het buitenland, wordt geconverteerd naar laagcalorisch gas. De verwerving van extra stikstofcapaciteit zou vanaf 2022/2023 moeten leiden tot een scherpe daling van de resterende gaswinning uit het Groningenveld.

Verder is het voor bedrijven interessant dat de minister stelt dat, voor het behalen van het ‘uitgestippelde basispad’, het essentieel is dat tenminste de grootste verbruikers (> 100 miljoen Nm3) voor oktober 2022 van het laagcalorisch gas afschakelen. Het gaat dan om 9 bedrijven, waarbij met een aantal reeds overeenstemming is bereikt. De minister bereidt een wetswijziging voor om deze bedrijven te verplichten tot omschakeling van laagcalorisch gas naar een (duurzaam) alternatief. Deze bedrijven kunnen dan eventueel aanspraak maken op nadeelcompensatie. Deze wetswijziging geldt niet voor overige (minder grote) grootverbruikers maar ook voor deze verbruikers zet de minister in op verduurzaming. De minister heeft toegezegd dit voorjaar zijn definitieve voornemen voor de invulling en omvang van de verplichting tot ombouw van industriële grootverbruikers aan de Kamer voor te leggen.

Mocht u vragen hebben over dit onderwerp? Dan kunt u contact opnemen met Margot Gozoglu en/of Hans Koenders.

0

Related Posts

ENERGIETRANSITIE-TENDER VOOR MKB

Energietransitie-tender voor MKB  Op 11 juli jl. presenteerde staatsecretaris Mona Keijzer de voortgangsrapportage van het zogenaamde MKB-actieplan. In juni 2018 had het kabinet dit actieplan gelanceerd. Uit de voortgangsrapportage blijkt…
Lees meer

ONTWIKKELINGEN SCHADEAFHANDELING IN GRONINGEN

Ontwikkelingen schadeafhandeling in Groningen Bij brief van 8 juli 2019 heeft Minister Wiebes de Tweede Kamer geïnformeerd over de wettelijke regeling voor de schadeafhandeling en de versterkingsaanpak in Groningen. Er…
Lees meer

DERDENTOEGANG GESLOTEN DISTRIBUTIESYSTEMEN

DERDENTOEGANG GESLOTEN DISTRIBUTIESYSTEMEN Afnemers op een gesloten distributiesysteem (hierna: GDS) kunnen hun eigen energieleverancier kiezen. In de brief van 26 maart 2019 heeft ACM deze vrije leverancierskeuze (derdentoegang) nader toegelicht…
Lees meer