Dorhout Advocaten, Groningen | T 050-520 6 520 | F 050-520 6 599 | info@dorhout.nl
Testvisual

Co-vergisters en het gebruiken / verhandelen van ontoliede bleekaarde

Aardgas bevat methaan en verbranding van methaan levert energie. Methaan kan echter ook worden gemaakt door de vergisting van organisch materiaal, zoals mest en plantenresten. Dat methaan wordt ‘groen gas’ genoemd. De productie van groen gas gebeurt in biogasinstallaties. In Nederland zijn dat over het algemeen ‘co-vergisters’.

 

Steeds meer agrarisch ondernemers hebben een co-vergister op boerderij-niveau, waarin minimaal 50% dierlijke mest (dierlijke uitwerpselen) en daarnaast ander organisch materiaal wordt vergist. Onder laatstgenoemd ‘ander organisch materiaal’ kan zich ook de afvalstof ontoliede bleekaarde bevinden. Bleekaarde is een delfstof die wordt gebruikt bij het zuiveren van halffabricaten en producten in onder meer de olie- en vet-verwerkende industrie. Het methaan dat wordt geproduceerd, wordt gebruikt in de energievoorziening. Het product dat overblijft na vergisting, het digestaat (= restproduct), wordt als (vloeibare) meststof op het eigen bedrijf gebruikt of verhandeld aan andere agrariërs.

 

De Meststoffenwet (hierna: ‘MW’) verbiedt het verhandelen van meststoffen, tenzij ze zijn toegestaan. De afval- en reststoffen die zijn toegestaan, staan op een lijst die is opgenomen in Bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (hierna: ‘URMW’). Onder het ‘verhandelen van meststoffen’ wordt, volgens artikel 1 lid 1 onder e van de MW verstaan ‘het afleveren van meststoffen aan handelaren in of gebruikers van meststoffen alsmede het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben, aanbieden of vervoeren van meststoffen’.

 

Het gebruiken van meststoffen is in beginsel ook verboden, namelijk op grond van artikel 1a lid 1 van het Besluit gebruik meststoffen (hierna: ‘Bgm’). Onder het ‘gebruiken van meststoffen’ wordt verstaan ‘meststoffen op of in de bodem brengen’ (artikel 1 lid 1 sub b van het Bgm). Ook nu geldt weer dat afval- en reststoffen niet mogen worden gebruikt, tenzij ze staan genoemd op de lijst, die is opgenomen in Bijlage Aa van de URMW.

 

‘Ontoliede bleekaarde’ staat op deze lijst (categorie 1, G3, onder 2). Het gebruiken en/of verhandelen van ontoliede bleekaarde is dus in beginsel niet strafbaar. Echter (elementaire) koolstof wordt niet genoemd in de begripsomschrijvingen en daarom is het verboden om ontoliede bleekaarde te gebruiken en/of te verhandelen als daar (elementaire) koolstof in zit en daarnaast dient ontoliede bleekaarde te voldoen aan de samenstellingseisen ten aanzien van zware metalen van tabellen 1 en 4 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (hierna: ‘UBMW’), alvorens het gebruikt en/of verhandeld mag worden. Indien dat het geval is, is gebruik en/of vrije verhandeling van ontoliede bleekaarde dus toegestaan.

 

Ontoliede bleekaarde is vaak afkomstig van één of meerdere ‘ontdoeners’. Dat zijn bedrijven in de olie- en vet-verwerkende industrie die afvalstoffen kwijt willen. Over de toepassing van afval in co-vergisters is momenteel veel te doen. Er is onderzoek gedaan door de Nederlandse Voedsel- en Warenauthoriteit (hierna: ‘NVWA’).[1] In het bedrijfsleven is een ontwikkeling gaande om steeds meer organische reststoffen op de G-lijst te laten plaatsen. Dit is een ontwikkeling waar, gelet op de slechte financiële situatie van co-vergisters, de minister van Economische Zaken niet onwelwillend tegenover staat. Zo is er ook een initiatief geweest van het bedrijfsleven om afgewerkte koolstof houdende ontoliede bleekaarde te laten toetsen door de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet met als doel om deze stof als co-product opgenomen te krijgen in onderdeel IV van Bijlage Aa van de URMW.

 

 

Vanwege schaars beschikbare informatie is echter vooralsnog geadviseerd om gebruikte bleekaarde met actieve koolstof (een vorm van elementaire koolstof) vooralsnog niet op te nemen in Bijlage Aa van de URMW in onderdeel IV, categorie 1G. In dat kader is door de Commissie Deskundigen Meststoffenwet wel als aandachtspunt genoemd dat bleekaarde niet alleen van plantaardige oliën, maar ook van andere processen afkomstig kan zijn, zoals de verwerking van dierlijke en minerale oliën. ‘Er zou dan ook een methodiek moeten worden ontwikkeld om schoon en onverdachte gebruikte bleekaarde (met actieve koolstof) te kunnen onderscheiden van milieubezwaarlijke gebruikte bleekaarde’. Deze methodiek is er momenteel nog niet.[2]

 

De verwachting is echter dat in de nabije toekomst het gebruik en verhandelen van afgewerkte koolstof houdende ontoliede bleekaarde niet meer strafbaar zal zijn. Met name omdat in de ons omringende landen (onder andere Duitsland en België) ontoliede bleekaarde (ook met actieve koolstof), na vergisting, gewoon over het land mag worden verspreid. Bovendien wordt vanuit België digestaat, dat is geproduceerd met Nederlandse bleekaarde, geïmporteerd en (legaal) gebruikt in Brabant en Zeeland. Maar zover is het nog niet. Over (de schadelijkheid van) ontoliede bleekaarde met (elementaire) koolstof is duidelijk niet het laatste woord gezegd. Daarom doen agrarisch ondernemers er goed aan om (juridisch) adviseurs en laboratoria in de arm te nemen om aan wet- en regelgeving te kunnen blijven voldoen.


Voor meer informatie of vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Annelies Schwartz en/of Hans Koenders.  



[1] Het rapport heet ‘Covergisting’, met als ondertitel ‘Evaluatierapport controle gebruik organische reststoffen van Bijlage Aa, onderdelen A t/m F, in het bijzonder, onderdeel G, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet bij covergisting’ en is gedateerd 2 december 2013.

[2] Zie de bijlage bij de WOT-brief met kenmerk 14/N&M0006 van 29 januari 2014.